Artikel geschreven door:
Dr Paul E. Metz
INTEGeR… consult
Fiscale mogelijkheden voor een duurzame vrije markt economie
De lastigste problemen in de gangbare “mainstream” theorie en praktijk van de vrije markt
economie zijn in de vorige eeuw zonder veel discussie geneutraliseerd als “externe factoren”, die buiten de vrije markt door de politiek zouden moeten worden opgelost. Eerdere economen hebben wel voorstellen gedaan voor een geintegreerde behandeling van sociale en natuurlijke kwaliteit en continuiteit, maar die zijn om diverse redenen
terzijde geschoven en in vergetelheid geraakt. Dit bleef zo door de langdurige, slechts
door communistische experimenten relatief korte tijd weersproken, dominantie van de factoren grootgrondbezit en ander privaat financieel kapitaal en het pas laat ontdekken
van de onduurzaamheid van de economische ontwikkeling door uitbuiting, vervuiling en
uitputting.
Nu wordt er na de ondergang van communisme en de toename van onevenwichtigheden
en voortduren van onrecht in de wereld naarstig gezocht naar verbeteringen van de
theorie en praktijk van het “vrije markt” economisch stelsel. Einstein heeft in brede kring duidelijk gemaakt dat nieuwe problemen vragen om nieuwe instrumenten, zodat het opnieuw afwegen van ooit niet in gebruik genomen instrumenten nu voor de hand ligt om
de ongebreidelde globalisering om te bouwen in een wereldwijde duurzame ontwikkeling.
Honderden jaren geleden schreef Adam Smith al over de ethische, dus sociale plichten
van marktpartijen en schreven Thomas Paine en later Henry George over de noodzaak en mogelijkheid ook mensen zonder eigen grondbezit voor armoede te beschermen door iedere burger te laten delen in “de natuurlijke opbrengsten van het land”. Later is de
definitie van “land of grond” vanzelfsprekend uitgelegd in de ruimere betekenis van natuur, die ook de grondstoffen, de “global commons” en het milieu omvat.
Filosofisch is het uitgangspunt hierbij dat de planeet Aarde een gemeenschappelijk
erfgoed is, waarvan alle mensen in gelijke mate recht hebben het vruchtgebruik te
genieten. De staten dienen als rentmeester om de nationale erfenis te beheren, het
gebruik te optimaliseren en de opbrengsten – “rent” in het Engels – van het natuurgebruik te innen van de gebruikers en uit te betalen aan de vruchtgebruikers, dus alle burgers.
Deze redenering legt de basis voor een heffing naar waarde op het bezit van grond, zoals door Paine en George voorgesteld en terug te vinden in onze erfpacht. Ook voor
“royalties” bij de winning en heffingen op het gebruik van alle natuurlijke hulpbronnen en “ecotaxen” op de uitstoot van verontreinigingen geldt dit principe. Royalties gaan uiteraard niet langer naar de koning, maar naar het hele volk en de ecotax wordt terecht ook wel “belasting op onttrokken waarden” genoemd en in vele landen – geleidelijk en op beperkte schaal – Ingevoerd. Internationaal kan en moet nu ook het gebruik van de inmiddels ontdekte inputfactor “global commons” onder een dergelijk beschermend en het gebruik optimaliserend regime worden gebracht. Het Kyoto Protocol heeft een basis gelegd, die echter nog verre van “faire” emissiehandel heeft opgeleverd.
Een kenmerk van deze voorstellen is de opbrengstneutraliteit. De staat heeft immers niet
meer belastingopbrengsten nodig om beschermingsdoelen te bereiken, want de prijs van
de schaarse factoren reguleert in dit stelsel de allocatie binnen gestelde grenzen voor maximaal aanvaardbaar verbruik. De belastingen worden dus niet hoger, slechts op
andere grondslagen geheven. Niet voor de grap natuurlijk, maar met als doel om niet
langer onze deugden – zoals geld verdienen, sparen en investeren in eigen huizen –
fiscaal te bestraffen, maar onze maatschappelijk minder gewenste gedragingen te beteugelen – zoals het gebruik van schaarse factoren. Sommige bestaande belastingen worden al enige tijd als pervers aangeduid, omdat zij een averechtse werking hebben. De belastingen op natuur- en milieugebruik vervangen juist andere regelgeving, die vaak minder efficient kan worden uitgevoerd dan het eenvoudige, door de heffingen verbeterde prijsmechanisme.
De gewenste opbrengstneutraliteit kan op twee manieren worden bereikt: door
vermindering en afschaffing van bestaande belastingen en door uitbetaling van de opbrengst aan de burgers als de rechthebbende vruchtgebruikers.
Enkele toelichtingen
Dit artikel stelt twee andere paradigma’s aan de orde, voor de fiscale systematiek en voor
de eigendom van de vruchtopbrengst van de planeet. Daardoor wordt een integratie van milieu- en sociaal beleid in de markt mogelijk maakt. Dat kan in dit bestek slechts in een vrij abstracte zin worden beschreven, die belangstelling kan wekken en een impuls voor verdere studie beoogt. Op korte termijn is academisch onderzoek van de internationale kennis en ervaring dringend gewenst.
Bij drie punten geef ik hieronder een toelichting en voorbeeld: heffingen op de waarde van grond, ecotax buiten het verbruik van energie en mogelijkheden voor de terugsluizing van de “onnodige belastingopbrengst” aan de burgers.
Heffingen op grond
In een aantal landen is lang geleden erfpacht of een vergelijkbare grondheffing ingevoerd.
De International Union for Land Taxation en Henry George instituten bevorderen dit en publiceren erover. In enkele steden in de VS is de property tax, onze OZB, geheel of gedeeltelijk vervangen door de Land Value Tax. Het heffen op de grondwaarde helpt in de steden het verval en leegstand in stadscentra en de “urban sprawl”, de onbeheerste uitdijing van buitenwijken tegen te gaan. Ook in Hong Kong en Singapore, waar de metro- stelsels zijn betaald uit de waardestijging van grond rondom de stations, Denemarken en enkele Chinese provincies (die ooit Duitse kolonie zijn geweest) worden vormen van LVT toegepast. In ons land is de erfpacht in diskrediet gebracht door niet-uniforme toepassing en door de inflatiecorrectie 50 jaar uit te stellen, zodat grote schokken in de tarieven optreden. Door slechte toepassing is het instrument onwerkzaam gemaakt.
Heffingen op milieugebruik
De ecotaxen zijn bekend en worden in veel EU landen geleidelijk ingevoerd. De tarieven
zijn vaak nog te laag om effectief te zijn, terwijl het niet uitbetalen van de opbrengst en de daardoor koopkracht denivellerende werking ervan de populariteit ernstig schaadt. Tot nu toe wordt op veel nieuwe schaarsten nog steeds geen ecotax geheven, zodat de gebruikers gratis blijven gebruiken en de burgers geen dividend ontvangen. Dit bevoordeelt de rijken en benadeelt de armen, zowel binnen landen, als tussen landen.
Uitbetaling van pachtopbrengsten aan vruchtgebruikers
Er zijn verschillende manieren om de ‘onnodige’ belastingopbrengsten terug te sluizen.
Naast de genoemde verlaging van andere tarieven of afschaffing van de meest perverse belastingen – zoals de overdrachtsbelasting, die het verhuizen bestraft en zo woon- werkverkeer vergroot en leidt tot het blijven wonen in te groot geworden huizen wanneer gezinnen kleiner worden – kan een fiscale bonus aan elke burger worden gegeven. In Alaska gebeurt dat al tientallen jaren (dus is niet door mevrouw Palin bedacht) met de opbrengst van olie en gas. In de kringen, die dit bepleiten voor de CO2, worden de termen Earth Dividend, ecobonus voorgesteld. De CO2-bonus, die voor alle wereldburgers gelijk zou zijn, kan een belangrijke impuls voor ontwikkelingslanden opleveren. Naast microkrediet levert dit microdividend wellicht een grotere fair trade impuls op dan de nu lopende ontwikkelingshulp.
Enkele bronnen
Over ecotax: http://www.eco-tax.info/
Over Land Tax: http://www.cooperativeindividualism.org
www.geocities.com/henrygeorgeschool
In Nederland is de Stichting Grondvest werkzaam en mijn bureau adviseert op dit terrein
