Beraad voor Samenwerking en Cohesie

BeSaCo

Als angst wegvalt

Geplaatst door cohesie op 18/06/2009

Als de angst wegvalt, is de massa machtig
 In Iran trekken honderdduizenden mensen demonstrerend door de straten, een fenomeen dat zich in geen tien jaar meer voordeed. De ayatollahs dachten de massa onder controle te hebben. Dat blijkt niet het geval.

 door Carel Goseling
D
e methoden die de geestelijk leiders in Iran toepassen om het volk in be­dwang te houden, doen denken aan die in Birma, Noord-Korea en de voormalige Sovjet-Unie en DDR. On­der het mom van democratie is feite­lijk sprake van dictatuur, waarbij de macht in handen is van één persoon of een kleine groep mensen. De hele inrichting van de maatschappij is erop gericht hen die macht te laten behouden.
  Meestal kent het systeem maar één officiële politieke partij. Andere partijen worden formeel wel geduld, maar zijn onderdanig aan de leidende politieke bewe­ging. Ze hebben geen eigen beleidsvrijheid. Het parle­ment bestaat uit jaknikkers.
  De krijgsmacht, de geheime diensten en het politie-ap­paraat staan volledig ten dienste van de machthebbers.
  Geheime diensten worden in eigen land ingezet om bur­gers te bespioneren en ‘afvalligen’ tijdig op te kunnen pakken. De Stasi in de DDR is daarvan een berucht voor­beeld, in Iran vervult de Basij-militie die rol.
  Elke burger heeft een identiteitsbewijs en moet dat per­manent bij zich hebben. Bij elke handeling waarbij een overheidsorgaan betrokken is, moet dat bewijs getoond worden. De activiteit van de houder wordt geregistreerd en opgeslagen.
  Informatie aan de burgers wordt gestuurd via staatsme­dia; kranten, radio en tv verkondigen alleen het officiële beleid. Afwijkende meningen komen niet aan bod, wor­den doodgezwegen.
  Het systeem werkt alleen als de toegang tot onafhankelij­kere informatiebronnen is afgesloten. Dat wil zeggen dat er geen buitenlandse kranten of bladen verkrijgbaar zijn, buitenlandse radio- en tv-uitzendingen worden ge­stoord of geblokkeerd, net als sms-berichten via mobiele telefoons en internet.
  In het onderwijs komt alleen de officiële leer aan de or­de. De toegang tot dat onderwijs is beperkt. Alleen leer­lingen uit betrouwbare gezinnen worden toegelaten. An­dere jongeren zijn veroordeeld tot ongeschoolde, min­derwaardige arbeid. Verder wordt het postverkeer gecontroleerd, worden te­lefoongesprekken afgeluisterd en ligt de bewegingsvrij­heid van mensen aan banden. In de voormalige Sov­jet- Unie mochten burgers in het binnenland alleen met toestemming van de autoriteiten reizen. Rond de hoofd­stad Moskou lag bijvoorbeeld een ring van controlepos­ten, waar iedereen die de stad uit wilde, werd tegenge­houden.
  Bij de onlusten in Rangoon (Birma) in 2007 sloten de au­toriteiten de ene na de andere woonwijk af om vervol­gens huis na huis te controleren op de aanwezigheid van ‘onbevoegden’.
  Het Iraanse systeem is gebaseerd op een totale controle van het dagelijks leven van de burger, gekoppeld aan af­schrikking. Mensen die uit de band willen springen, moeten daarvan weerhouden worden door te waarschu­wen voor de zware consequenties: arrestatie, celstraf, marteling, werkkamp, verlies van werk en inkomen, ge­volgen voor gezins- en/of familieleden, de dood. In Noord-Korea weten ze er alles van.
  In Iran zijn honderdduizenden die angst nu kwijt. De af­schrikking van het regime – zelfs het vooruitzicht dat or­detroepen het vuur openen – werkt niet meer, en daar­mee weet de heersende elite zich geen raad.
  In de DDR begon de omwenteling in Leipzig, waar in september 1989 gelovigen uit de Nikolaikerk, vergezeld door tienduizenden inwoners van de stad die zich spon­taan bij hen aansloten, de straat op gingen. De Volkspoli­zei stond weliswaar klaar maar zag af van een gewapend optreden, omdat het bevel daarvoor van in paniek ge­raakte superieuren uitbleef. Korte tijd later trokken hon­derdduizenden Leipzigers door de straten en kwam het communistische regime ten val. Het feit dat Moskou zich afzijdig hield, speelde daarbij ook mee. De Sov­jet- Unie had legereenheden in de DDR, maar die bleven in hun kazernes.
  In Iran zijn geen buitenlandse troepen. De ayatollahs we­ten zich echter economisch en politiek gesteund door China en Rusland. Dezelfde grootmachten die Noord- Korea en Birma overeind houden.
  Mochten Peking en Moskou de handen van Iran aftrek­ken, dan zou het wel eens snel gedaan kunnen zijn met de machthebbers in Teheran. Ook dat heeft de historie bewezen: elke dictatuur heeft steunpilaren in de wereld nodig.
  Helemaal alleen redt geen enkel land het.

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>